Deel 1
Harry van Bommel opnieuw in de fout bij actie tegen Israel
Harry van Bommel (SP) heeft zich gemengd in een nieuwe boycotactie tegen Israel. Deze keer moet het cosmetica bedrijf Ahava het ontgelden. Van Bommel heeft minister Verhagen zover gekregen dat er een onderzoek wordt ingesteld naar mogelijke overtredingen van EU importregelingen door Ahava. Een onderzoek van Israel Facts Monitor Groep in Israel bracht aan het licht dat van Bommels aantijgingen aan het adres van Ahava gebaseerd zijn op propaganda en onwaarheden. LEES VERDER IN DEEL 2
Deel 2
Het SP kamerlid kwam eerder in opspraak tijdens een betoging in Amsterdam waar hij deelnam in een demonstratie tegen Israel waarin antsemitsche leuzen werden geroepen.
Volgens van Bommel verkoopt Ahava ten onrechte onder het “made in Israel” merk, omdat de fabriek van Ahava in Mitspe Shalem aan de Dode Zee zou staan. Van Bommel ziet dat als een onderdeel van de Westelijke Jordaanoever en dus als bezet gebied. Maar daar hielden zijn claims niet op. Ahava zou ook modder en mineralen uit de “rivier Jordaan” gebruiken voor de productie van haar cosmetica. Verder beschuldigt hij Israel van het schenden van de internationale wet (Geneefse conventie). In de woorden van van Bommel: “ In de Vierde Conventie van Geneve, is afgesproken dat een bezettingsmacht geen natuurlijke hulpbronnen van bezet gebied voor eigen gewin mag gebruiken”. In een bericht over van Bommels actie op SP international, wordt verder gewag gemaakt van de boycot actie van “de Badjassen brigade” die actief de verkoop van Ahava producten in Nederland onmogelijk willen maken onder de naam” gestolen schoonheid”. De “Badjassenbrigade” waar van Bommel klaarblijkelijk zijn informatie vandaan heeft claimt op haar website dat het gebied aan de Dode Zee kust waar de Ahava fabriek zou staan al eeuwenlang bewoond is door Palestijnen die ernstig zouden lijden onder de aanwezigheid van Joodse kolonisten.
Uit alles is duidelijk dat van Bommel niets heeft geleerd van zijn blooper vorig jaar toen hij het op de aanleg van de tram in Jeruzalem had gemunt. Hij beschuldigde Israel toen van het schenden van dezelfde Geneefse conventie, door het slopen van onroerend goed en het confisqueren van Palestijns land om de aanleg van de tram mogelijk te maken. Tevens wilde hij onmiddellijke stopzetting van HTM deelname in dat project. In een brief aan de minister bewees Israel Facts indertijd dat beide claims volstrekt absurd waren. HTM bleek niet betrokken bij het project in Jeruzalem. Ook de confiscaties van Palestijnse grond en onroerend goed bleken uit de lucht gegrepen.
Ook nu was een simpel onderzoek voldoende om aan te tonen dat de claims van van Bommel volledig ongegrond zijn.
Dode zee mineralen zijn uniek in de wereld en worden voor allerlei doeleinden gebruikt. De modder uit de Jordaan waar van Bommel over spreekt is minder uniek en valt te vergelijken met modder uit de IJssel of Tigris en is totaal ongeschikt voor het vervaardigen van Dode Zee cosmetica.
Het product dat Ahava maakt is niet afkomstig uit de “gestolen “hulpbronnen” van de Palestijnen maar uit mineralen die bij Ein Boqeq aan de zuidpunt van de Dode Zee worden gewonnen. Een simpele blik op de kaart leert dat Ein Boqeq onbetwist Israëlisch grondgebied is. Dus de zoutpannen die Dead Sea Works daar exploiteert en waaruit de mineralen worden betrokken voor Ahava cosmetica zijn onbetwist Israëlisch eigendom. Zelfs als zou dat niet zo zijn geweest kan er niet gesproken worden van “Palestijnse hulpbronnen” als men over de mineralen in de Dode Zee spreekt. Het gebied waar de zee in ligt hoort bij Israel en Jordanië. Het gedeelte dat van Bommel ziet als bezet gebied beslaat minder dan twintig procent van de kustlijn van de dode Zee. Jordanië was tot 1967 slechts “beheerder” van het gebied dat door internationaal erkende akkoorden een definitieve status moet krijgen. De vierde Geneefse conventie verbiedt een soevereine natie niet om de eigen grondstoffen verder te bewerken in een fabriek elders, ook als deze op bezet gebied zou staan. De Geneefse conventie spreekt overigens in al haar bepalingen over een “high contracting party” het zal duidelijk zijn dat de Palestijnse Authoriteit niet als zodanig kan worden aangeduid.
De argumentatie van de door de SP opgevoerde Badjassen brigade dat Palestijnen al eeuwenlang in het gebied van Mitzpeh Shalem zouden hebben gewoond is ronduit lachwekkend. In het gebied naast de Dode Zee was het leven al even dood totdat Israeli’s na 1967 er kibboetsen bouwden. Geen Palestijnse Arabier heeft ooit in het gebied gewoond, simpel omdat leven er onmogelijk was. Zoals elders in Israel werd door de toepassing van Israëlische inventies leven mogelijk gemaakt in het gebied en werd het gebied bevolkt.
Van Bommel overschrijdt met zijn op onwaarheden gebaseerde propaganda campagne tegen Israelische bedrijven en projecten de normen die aan een Nederlandse volksvertegenwoordiger gesteld mogen worden.
|
 |
|