NOS Journaal rapport 2 bewijst agenda van Journaal

NOS Journaal rapport 2 bewijst agenda van Journaal

Deel 1
NOS Journaal rapport 2 bewijst agenda van Journaal redactie.

Op 17 januari j.l. ontving de redactie van NOS Journaal een nieuw rapport over haar berichtgeving over Israel en het Arabisch Israelische conflict.
Het duurde drie weken eer NOS een antwoord had geformuleerd op het WAAR/IF rapport. Dat antwoord vindt u in bijlage 3.
NOS Journaal had in de maanden dat de berichtgeving werd gevolgd ruim de tijd om het nieuws te analyseren en het volledige plaatje over de nieuwsitems te presenteren. Desondanks slaagde het NOS Journaal er opnieuw in om cruciale informatie weg te laten of vaak gecompliceerde kwesties te reduceren tot een simpel good guy - bad guy verhaal.
In haar reactie op het rapport wekt de redactie van NOS Journaal sterk de indruk een uitgesproken mening te hebben over het conflict in het Midden Oosten. Haar opmerking "we agree to disagree" zegt in feite alles over de attitude die men heeft tegenover de taak om impartieel nieuws te brengenen de kritiek die men op haar werk krijgt.
Kritiek wordt steevast afgedaan als een gebrek aan objectiviteit van de klager die blind zou geloven in Israelische versies van gebeurtenissen. In het geval van de Al Quds reportage gaf de NOS indirect toe dat men goed op de hoogte was van het antisemitisme bij de entree van het festival. De opmerking dat van Hoorn's Joodse cameraman wel werd toegelaten geeft aan dat men dit antisemitisme excuseert.
Ook de opmerkingen in verband met de reportage uit Efrat over het wegsnijden van een compleet interview en het verweer dat men juist een gematigd beeld wilde neerzetten van de Joden in Efrat geven aan dat NOS Journaal met een agenda werkt ten aanzien van Israel.
In feite viel de NOS definitief door de mand met haar opmerkingen over de gebeurtenissen bij de VN school in Jabalyah in januari 2009. NOS gebruikte glashard het woord "fosforbombardement" in haar reportage. Dat bombardement vond nooit plaats en die lezing is afkomstig van de VN, de beelden lieten "fragmenten" van fosforgranaten zien die op het schoolplein terechtkwamen.
Voor de NOS is daarmee dus "bewezen" dat de school gebombardeerd werd door de IDF, het feit dat van Hoorn zes keer terug ging naar Gaza maakte zijn opmerkingen daardoor nog bedenkelijker. Hij had dus alle tijd om tot een ander onafhankelijk oordeel te komen.
Hieronder het volledige pakket aan correspondentie met NOS journaal en het rapport zelf in bijlage 2. Met dank aan het Vrije Volk Op 17 januari jl. heeft de Stichting WAAR en de Werkgroep Israël Facts (IF) het 2e rapport bijlage 2) over de berichtgeving van de NOS m.b.t. gebeurtenissen in Israël gepubliceerd. Aan dit rapport was een eerdere rapportage over de berichtgeving van de NOS tijdens de GAZA-oorlog voorafgegaan.
In een gesprek met de directie van de NOS n.a.v. het 1e rapport in februari 2009, werd vastgesteld dat de berichtgeving evenwichtiger en duidelijker moest zijn met informatie vanuit alle invalshoeken. Er werd bij de NOS op aangedrongen om meer aandacht te besteden aan context omdat deze veelal ontbrak terwijl de gemiddelde journaalkijker die informatie nodig heeft om zich een goed beeld te vormen.

Tevens werd aangekondigd dat WAAR en IF zouden doorgaan met het monitoren. Er werd afgesproken opnieuw met elkaar in gesprek te gaan als daartoe aanleiding zou bestaan.

Met de publicatie van het 2e rapport wil de Stichting WAAR en de Werkgroep Israël Facts aantonen dat, in tegenstelling tot wat in bovengenoemd gesprek werd beloofd, van een evenwichtige berichtgeving nog steeds geen sprake is. Daarmee wordt de eigen journalistieke code (zie onderstaand) in vele gevallen met voeten getreden.

De NOS heeft op 12 februari gereageerd op onze bevindingen (bijlage 3). Zij schiet in haar antwoord echter schromelijk tekort en wij brengen, naar aanleiding van dat antwoord, de volgende zaken onder uw aandacht:

Inleiding: De gemiddelde Nederlander kijkt naar het avondjournaal om snel geïnformeerd te worden over het nieuws. Deze Nederlander, die waarschijnlijk overdag werkt of andere bezigheden heeft, gaat niet alle mogelijkheden van internet, radioprogramma’s etc. de hele dag volgen om het nieuws snel tot zich te nemen. Als zodanig bekeken wij alle avonduitzendingen van het NOS-journaal in de periode van 23-10 t/m 31-12-2009.
De NOS bevestigt ons haar selectiviteit in de inleiding:“Andere omroepen maken andere keuzes dan de NOS” en ze lichten dat toe: “als andere omroepen een onjuiste woordkeus hanteren (kolonist) mogen wij dat ook doen.” Daarmee tonen ze precies aan wat wij bedoelen; hun keuze is selectief.

Al Quds Ook uit hun antwoord over Al Quds blijkt selectiviteit. De toevoeging dat Unesco de keus van de Arabische Liga ondersteunde is een kwestie van een enkele zin, maar dan zou het politieke karakter van die uitspraak wel duidelijk zijn geworden. Het venijn zat erin dat het multiculturele van het evenement een voorwaarde voor de subsidie was en dat de discriminatie duidelijk tegen die voorwaarde inging, ongeacht hun joodse cameraman, die gewoon zijn werk kwam doen en dus niet als publiek gezien werd. Dat was ook echt nieuws: onterechte subsidie.

Goldstone: Nederland heeft niet tegen gestemd omdat het geen onafhankelijk onderzoek wilde, zoals Van Hoorn beweerde, maar omdat het rapport onevenwichtig was samengesteld. Dat is iets anders. Overigens was Nederland niet het enige land dat tegenstemde en zelfs Het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk onttrokken zich aan stemming omdat het rapport eenzijdig was en leden van de commissie niet onpartijdig waren. Dat onafhankelijke onderzoek kan Israël prima zelf doen. Het juridische systeem van Israël staat op hoog niveau. Inmiddels blijkt ook dat er vanuit juridische kant in Israël vragen worden gesteld. Dat is een proces dat niet onmiddellijk af is. Pas wanneer Israël geen goed juridisch systeem zou hebben is men op ander onderzoek aangewezen. Kortom het tegenstemmen van Verhagen en het doen van onafhankelijk onderzoek zijn twee verschillende dingen die Verhagen ook verschillend heeft beoordeeld.

De school in Gaza: Er is geen “Israëlische versie”. Er is gewoon aangetoond dat die school nooit getroffen is op 6 januari, noch het schoolplein. Zelfs de VN heeft dat bevestigd. Je kunt hoogstens hier spreken van de Palestijnse versie en we weten al een jaar dat die niet klopt. Er zijn voorbeelden genoeg uit het verleden dat camerabeelden gemanipuleerd zijn en hier is bekend dat de uitgezonden versie gewoon niet klopt. Hoe die school er vandaag uitziet is daarbij geen bewijslast. Maar daar viel met de NOS niet over te praten, zoals we al eerder hebben ervaren.

5) Amnesty waterrapport:
De NOS ging volledig mee met de Arabische visie van het rapport. Dit werd geïllustreerd door locale reportages over het slechte en laakbare beleid voor te stellen als algemeen beleid van Israël, waarbij het laakbare van het geheel niet getoetst werd aan de officiële regels voor waterbeleid. De basis voor dit waterbeleid is vastgelegd in de Oslo akkoorden, die A.I (!) irrelevant verklaarde en daarmee negeerde. De NOS volgde klakkeloos het rapport van A.I. als de waarheid. De Israëlische visie op het rapport werd afgedaan met de zinsnede: “Israël zegt dat het niet waar is”.

6) Gilo:
Wij vragen alleen maar meer aandacht omdat de status van Jeruzalem voor Israël altijd bijzonder is geweest. Pas na 1967 is Jeruzalem in het middelpunt van de belangstelling van de Palestijnen gekomen. Niemand heeft Jeruzalem ooit aan de Palestijnen beloofd. Hun claim is dus niet vanzelfsprekend, maar zo wordt er wel over bericht. Terwijl de claim van Israël in ieder geval een historische is en Jeruzalem onverminderd in het middelpunt van de Joodse belangstelling heeft gestaan, wordt er zonder meer vanuit gegaan dat hun claim verwaarloosd kan worden. Dat is de keuze van de NOS tegen de werkelijkheid in.

7) Ten slotte:
De zinsnede in de NOS brief over “verhalen waarin alleen Israëli’s aan het woord komen” is opmerkelijk. In welke reportage was dat aan de orde?
Wij hebben geen enkele reportage in de bewuste periode met uitsluitend Israëli’s gezien. De claim dat wij dat wel goed vinden is op niets gebaseerd. Daarnaast waren er wel talloze uitgebreide reportages waar uitsluitend de Palestijnse visie klonk of werd weergegeven of waarbij alleen Palestijnen aan het woord kwamen zonder enige kritische vraag van de NOS verslaggever.
In het beste geval kon er ook hier enkel een zinnetje bij: “Israël zegt dat het niet waar is”, zonder verdere argumentatie.

Refererend aan de journalistieke code van het NOS Journaal, blijft overeind dat die naar onze mening op talloze plaatsen gebroken wordt. Zoals wij in onderstaande bijlage hebben toegelicht.

Wij voelen ons genoodzaakt wederom ons rapport onder uw aandacht te brengen, er van uitgaande dat u onze zorgen deelt. Deze zorg zal, bij de te wijzigen zenderindeling bij de omroepen en de vergrote invloed van de NOS op deze vernieuwde actualiteitsprogramma’s alleen maar groeien, tenzij de NOS haar houding drastisch wijzigt.

Wij vrezen dat dat zonder uw hulp en steun niet “vanzelf” zal gebeuren.

Namens de Stichting WAAR & Werkgroep Israël Facts,
Postadres: Nieuweweg 6A / 3755 AC Eemnes / albert.sunarti@hetnet.nl

Bijlage 1: Begeleidende brief bij aanbieding 2e rapport NOS-journaal
Bijlage 2: 2e rapport NOS-journaal januari 2010 (incl. monitoring NOS-Journaal)
Bijlage 3: Antwoord NOS-journaal op 2e rappobijlage3-antwoordnosop2erapport.pdf rt
Bijlage 4:IDF Investigations of Gaza incidents

Bijlage 5: PA economic update

Bijlage 6: Artikel Jerusalem Post – Peace without dialoque

Bijlage 7: (zie hieronder) Journalistieke code NOS Journaal (met WAAR commentaar)

journalistieke code NOS Journaal
Bijlage journalistieke code NOS Journaal:
De NOS stelt zich, als integraal onderdeel van de publieke omroep, tot doel de primaire informatiebron te zijn op het gebied van nieuws, sport en evenementen, zodat de Nederlandse burger beter in staat is te oordelen over ontwikkelingen in de wereld, en zijn eigen gedrag te bepalen.
Wij stelden vast dat dit niet mogelijk is bij het NOS-journaal. Van Hoorns visie wordt gegeven ook nog eens op eenzijdige en verkeerde gronden
De NOS hanteert hierbij de hoogste journalistieke eisen van evenwichtigheid, zorgvuldigheid,betrouwbaarheid, ongebondenheid, pluriformiteit en onbevooroordeeldheid.
Evenwichtigheid is er volstrekt niet, betrouwbaarheid evenmin. Laat staan onbevooroordeeldheid
De NOS streeft ernaar deze informatie toegankelijk te maken via alle beschikbare media en voor alle maatschappelijke geledingen. De NOS is vrij in de selectie van nieuws, ze laat zich bij publicatie niet leiden door een ander dan het algemeen belang.
Dat algemeen belang is zeker niet gediend met de selectiviteit van berichtgeving van het NOS-journaal over Israël.
De NOS scheidt feiten en meningen, past hoor en wederhoor toe en vermijdt eenzijdige berichtgeving.
Wij hebben aangetoond dat het NOS-journaal precies deze kwaliteiten ontbeert
De NOS gaart informatie met een open vizier, journalisten maken zichzelf bekend, betalen informanten niet en beschermen indien nodig hun bronnen.
Daar mochten we niet over praten tijdens ons gesprek in april.
De NOS discrimineert niet en meldt etnische afkomst, nationaliteit, ras, religie, sekse en seksuele geaardheid van personen en groepen alleen als dat nodig is voor een beter begrip van het nieuwsfeit.
De NOS respecteert de privacy van personen in het nieuws, inbreuken daarop staan in redelijke verhouding tot het belang van publicatie en tot de rol en/of functie van de persoon in het nieuws.
De NOS accepteert embargo’s die de kwaliteit van de berichtgeving bevorderen en die niet eenzijdig zijn opgelegd.
De NOS bericht waarheidsgetrouw. Kijkers en luisteraars moeten zich met de door de NOS uitgezonden informatie een reëel en controleerbaar beeld kunnen vormen van de werkelijkheid
.
Wij betwijfelen deze uitspraak ten zeerste. Zie conclusie boven.
De NOS behandelt klachten serieus en rectificeert ruiterlijk.
Van rectificatie is nooit sprake geweest, ook al kreeg de NOS de juiste informatie. Sterker: De heer Van Hoorn beweerde in april tijdens ons gesprek, dat het niet meer noemen van een feit duidelijk aangaf dat het feit niet klopte! Wij wezen hem erop dat dan rectificatie op zijn plaats zou zijn.
De NOS is een met publieke middelen gefinancierde onafhankelijke nieuwsorganisatie. De NOS hecht aan een transparante werkwijze en legt daarover verantwoording af.
Deze NOS-code is gebaseerd op de missies van de Nederlandse Publieke Omroep en de NOS, op de ‘Gedragscode voor Journalisten” van de Internationale Federatie van Journalisten (1954/1986), op de “gedragscode voor Nederlandse Journalisten” van het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren (1995) en op de ‘Leidraad van de Raad voor de Journalistiek” (2007).


(C) 2005 - Alle rechten voorbehouden

Deze pagina afdrukken