Het Britse Mandaat en de Joodse vluchtelingen.

Het Britse Mandaat

Het Britse Mandaat en de Joodse vluchtelingen voor, tijdens en na de Holocaust


Achtergronden:

Het Britse mandaat in Palestina begon in 1920 na het einde van de Eerste Wereld Oorlog, nadat Groot Brittannië samen met Frankrijk de oorlog won en het Midden-Oosten verdeeld werd onder de Europese landen.

Het land Israël, “Palestina,“ kwam onder Brits bestuur, het mandaat dat de Britten kregen van de Volkenbond hield in dat er in Palestina een Joods thuisland moest komen op het gehele mandaatgebied (Israël en Jordanië nu)

 

In januari 1933 kwam Adolf Hitler met de Nazi partij aan de macht in Duitsland en begonnen de vervolgingen van de Duitse Joden .

 

*(1)Tot aan 1941 was de Joodse emigratie uit Duitsland een belangrijk onderdeel van het Nazi vervolging beleid ,*(2) in 1933 tekenden de Nazi’s een akkoord met het Joods Agentschap  , dat bekend werd als het Transfer Akkoord , het akkoord hield in dat de Joden toestemming zouden krijgen om naar Palestina te  emigreren  op voorwaarde dat ze hun “Duitse “ boedel en andere Duitse producten zouden meenamen naar Palestina  (De Amerikaanse Joden riepen namelijk iedereen op om Duitse producten te boycotten , en de mensen van het Joods agentschap kregen  dan ook kritiek op het akkoord) 

 

Veel Joden emigreerden meestal op eigen gelegenheid naar  , voornamelijk, buurlanden , en 55000 Joden emigreerden in het kader van de 5e aliyah ( de 5e emigratie golf) naar Palestina, het geen de grootste emigratie golf betekende.

 

 Na de grote Arabische opstand in 1936 *(3) kwam in mei  van dat jaar op aanbeveling van de Britse regering de Peel commissie  bijeen in Londen , de commissie kwam in juli 1937 met het plan voor oplossing van het conflict tussen beide partijen : het land zou in  3 delen verdeeld moeten worden , 1 deel voor de Joden, 1 deel voor de Arabieren en 1 deel dat onder Brits bestuur zou blijven. Een ander comité voor het verdelen van Palestina de Woodhead commissie werd opgericht in 1938 en bracht haar conclusies op 9 november (de vooravond van Kristallnacht) aan de Britse regering.

De commissie besloot dat het verdelingsplan niet meer uit te voeren was , vanuit die conclusie kwam de” White Paper” politiek  voort ( Het Britse bestuur besloot, om de Arabische bevolking in Palestina stil te houden , het aantal aliyah(emigratie ) certificaten voor de komende 5 jaar te korten naar 75000 certificaten ), wat dus inhield dat er heel weinig Joden een certificaat konden krijgen  om naar Palestina te emigreren . De Arabieren kregen verder vetorecht over iedere uitbreiding van het aantal certificaten gedurende die vijf jaar

 

 

Aan de Evian Conferentie  in 1938 *(4), een conferentie die plaatsvond in het Franse stadje Evian – Les Bains op uitnodiging van de Amerikaanse president Roosevelt , namen 32 van de 34 uitgenodigde landen deel, waaronder de VS en Groot Brittannië.

 De conferentie was georganiseerd  met het doel een oplossing te vinden voor de Duitse joden  , de Britten stelden echter als voorwaarde voor deelneming  dat de conferentie niet over de uitbereiding van de Joodse emigratie naar Palestina zou gaan, 

De conferentie mislukte grandioos en werd naderhand bekend als de conferentie waarin de Nazi’s in feite groenlicht kregen voor de Joodse genocide tijdens de Shoah.

In plaats van een oplossing te zoeken voor het Joodse volk ,  zeiden de Britse afgezanten, dat Groot Brittannië geen plaats had voor de Joden in haar gebied.

 

Tijdens de Bermuda Conferentie *(5.1/5.2) op 19 april 1943 ,de dag waarop de Joodse opstand in het Warschau getto werd neergeslagen en het getto viel, en de massamoorden al bekend waren bij de Britten en de Amerikanen, hielden de Amerikanen en Engelsen vast aan hun standpunt dat de Duitsers de Joden moesten vrijlaten.  Engeland was echter niet bereid  om Palestina open te stellen voor de Joodse vluchtelingen en de regering van Roosevelt was niet bereid om meer vluchtelingen binnen te laten in de VS.

 

*(6)Na het einde van de Tweede Wereld oorlog  hielden de Britten nog steeds vast aan hun “White Paper “ politiek  , en  kwam er een steeds grotere beweging op gang van   illegale emigratie vanuit Europa naar Palestina georganiseerd door de Joodse organisaties in Palestina . De Britten probeerden de schepen met illegale emigranten  op te sporen in hun vertrek plaatsen ,en zo hun vertrek tegen te houden .

In juli 1947 vertrok het schip de Exodus  vanuit een Haven in Zuid Frankrijk met 4555 illegale emigranten die uit de vluchtelingen kampen in Duitsland kwamen, het schip werd ontdekt door de Britten die het schip volgden naar Haifa.

Daar kwam het tot een confrontatie met de Britten die het schip meer dan twintig keer ramden en er ontstond een confrontatie tussen de Britten en de opvarenden van het schip.

Daarop dwongen de Britten de passagiers van het schip te gaan , tijdens de strijd werden 3 passagiers gedood en vele anderen raakten gewon . De Britse expulsie schepen met de illegale emigranten van de Exodus werden vervolgens naar de haven van Port D’ Bok  in Frankrijk geleid en daar werd geprobeerd de passagiers van de schepen af te lokken. . Ondanks de vreselijke omstandigheden op de schepen begonnen de passagiers met een hongerstaking , de gebeurtenissen op de Exodus werden over de hele wereld gevolgd.

In September 1947 werden  de schepen naar Duitsland overgebracht en de passagiers werden gedwongen om het schip te verlaten , elke passagier werd door een paar Britse soldaten van de boot gesleurd .

 

 Veel emigranten werden naar arrestatie kampen in Palestina gezonden en werden pas vrijgelaten wanneer de Britten bereid waren om ze volgens de “White Paper” politiek een legale status te geven .

 In augustus 1946 veranderden de Britten hun politiek en werden de illegale emigranten naar kampen in Cyprus overgebracht.

 Ook legale emigranten die met behulp van het Joods agentschap emigreerden werden door de Britten naar een kamp gebracht bij het stadje Atlit zo’n 20 kilometer van Haifa ,  voor veel holocaust overlevenden was dat een herleving van hun recente Kamp ervaringen .

 

In zijn autobiografisch boek “sla je hand niet aan de jeugd” *(7) beschrijft Rabbijn Israël–Meir  Lau zijn aankomst in Israël als 8 jarig jongentje samen met zijn oudere broer Naftali , en de reis per trein naar het arrestatie kamp Atlit :” Alles leek zich te herhalen , weer wagons zoals de veewagons waarin we naar de kampen werden vervoerd , weer soldaten die ons omsingelden , maar deze keer was hun uniform anders , het waren dan wel geen Oekrainers,  maar ook deze soldaten waren hard  , ook nu verstond ik hun taal niet en ook nu , zoals toen, wist ik niet waar en hoelang we daar zouden blijven ….. , ik was bang dat ik weer gevangene nummer 117030 zou zijn “.

 

Groot-Brittannië had, als ze niet zo vast had gehouden aan haar eigen interesses en niet gezwicht was onder het geweld van de Arabische bevolking in Palestina, de levens van miljoenen Europese Joden kunnen redden.

Ze had na de Shoah verantwoordelijkhei d kunnen nemen voor het lot van de Joodse slachtoffers en ze vrij kunnen stellen van de “white paper “ politiek, en  in kunnen zien dat de Joodse emigratie naar Palestina hoogst noodzakelijk was.

Maar in plaats daarvan toonde de Britse regering geen enkel gevoel voor het vreselijke lot dat de Joden tijdens de Shoah trof , ze gaf de voorkeur aan goede banden met de Arabieren en gaf toe aan de Arabische eisen.

 

Nu  63 jaar na het einde van de Holocaust lijkt de Britse politiek nog altijd op de Mandaat politiek, de kritiek op Israël is groot en de acties die vanuit Groot-Brittannië tegen Israël worden georganiseerd hebben opnieuw “boycot” als motto.

De Britse betrokkenheid bij de vredesprocessen in  Israël is nog altijd gebaseerd op Britse “even-handiness” ("gebalanceerdheid") maar wel zodanig dat de balans altijd doorslaat in het voordeel van de Arabieren.

 

Leah Visser

Pedagogisch Centrum

Internationale School van Holocaust Studies en Onderzoek

Yad Vashem, Jeruzalem, Israël

(C) 2005 - Alle rechten voorbehouden

Deze pagina afdrukken