U bevindt zich hier: Gaza: geen journalistiek maar dramatiek
terug naar: Over ons
Algemeen:
Contact
disclaimer
Deel 1
Op 28 december 2009 zond het NOS acht uur Journaal een reportage uit van verslaggever Sander van der Hoorn uit Gaza. http://player.omroep.nl/?aflID=10459057(reportage begint na 5.10 minuten). Van Hoorn blikte samen met de Palestijnse cameraman Mahmoed El Ajrami terug op de gebeurtenissen bij de VN school in Jabalyah op 6 januari vorig jaar.
Deze reportage was een nieuw voorbeeld van nieuwsmanipulatie door het NOS Journaal. Eerder bleek tijdens de Gazaoorlog al dat NOS aan alle kanten haar eigen journalistieke code schond. http://www.hetvrijevolk.com/?pagina=7925
Andere recente voorbeelden waren reportages over de bouwstop op de West Bank en een reportage over het Al Quds festival in Jeruzalem. (http://www.israelnationalnews.com/Articles/Article.aspx/9169)
Om de manipulatie te begrijpen, is een ....... Lees verder in deel 2
Deel 2
terugblik noodzakelijk op de rapportage die NOS Journaal vorig jaar op 6 januari uitzond. NOS Journaal opende toen haar uitzending met een vermeende Israëlische aanval op deze VN school, en maakte melding van veertig doden in het schoolcomplex.In het uizending archief van de NOS is de bewuste uitzending vreemd genoeg gewist. Maar een begeleidend commentaar op de NOS website maakt nog altijd melding van 40 doden in de school bij die vermeende Israëlische aanval. Israel Facts stuurde NOS voor de uitzending een e-mail met het verzoek om de Israëlische versie van de gebeurtenissen, te verwerken in de uitzending. Dit verzoek werd genegeerd. (zie bijlage 1) Ook een verzoek om tot rectificatie over te gaan van het bericht werd later door NOS Journaal genegeerd. Dit verzoek werd mondeling gedaan in een gesprek met de NOS Journaal redactie, nadat ook de VN had toegegeven dat er geen doden waren gevallen in de school in Jabaliyah.
Nu was van Hoorn dus met zijn Palestijnse cameraman Mahmoed El Ajrami terug bij de bewuste school.
In plaats van de gelegenheid aan te grijpen om alsnog het bericht van 6 januari 2009 te rectificeren, zei hij nu dat Israel de school met witte fosfor zou hebben “gebombardeerd”.
Beelden van El Ajrami moesten van Hoorns stelling bewijzen. Eerst zag men fragmenten van een fosforhoudende granaat neerkomen op het schoolplein. Daarna zag de kijker beelden van een straat naast de school waar een ontploffing plaatsvond, waarbij volgens van Hoorn, de cameraman aan de dood ontsnapte.
De feiten over wat er precies gebeurde zijn nu echter wel bekend.
In februari 2009 maakte VN coördinator voor humanitaire zaken Max Gaylord in Jeruzalem bekend dat geen mortiergranaten op de school waren afgevuurd door de IDF, maar op een Hamas positie in de straat naast de school.
Op 22 april 2009 publiceerde de IDF een rapport over de gebeurtenissen bij de school die de VN lezing onderschreef. Een Hamas positie op 80 meter afstand van de school waarvandaan mortiergranaten waren afgeschoten, was daarop door de IDF met 120 mm mortieren bestookt.
Dit gebeurde nadat het zicht op de IDF positie onmogelijk was gemaakt door een fosforgranaat, een tactiek die ook in Afghanistan wordt toegepast door NAVO troepen.
De beelden van deze mortierinslagen in de straat naast de school waren te zien in de reportage.
De kijker werd echter opnieuw op het verkeerde been gezet door het commentaar van Sander van Hoorn.
Hier bleef het echter niet bij. Van Hoorn liet vervolgens het huis zien van de cameraman en merkte op dat het huis door Israel tijdens de oorlog als “bunker” werd gebruikt en dat “binnen weinig heel bleef”. Ook meldde hij dat door de blokkade van Gaza een jaar na de oorlog er nog altijd weinig te repareren viel aan het huis.
De beelden van het huis spraken het commentaar echter volledig tegen, men zag een huis waar geen enkele schade waarneembaar was. Slechts een nieuwe deur zou het bewijs vormen van de Israëlische “verwoesting”.
De cameraman deelde mede dat de deur uit Egypte kwam maar dat verf niet verkrijgbaar was. Van Hoorn vond dat klaarblijkelijk logisch en stelde geen vragen.
De opmerkingen over de nijpende situatie door “de blokkade van Gaza” waren voor ons reden voor nader onderzoek.
Een rapport dat COGAT-het verantwoordelijke orgaan van het Israëlische ministerie van defensie- op 27 december vorig jaar publiceerde, laat niet veel heel van de suggestie van een blokkade.
http://www.mfa.gov.il:80/MFA/Terrorism-+Obstacle+to+Peace/Hamas+war+against+Israel/Increased_humanitarian_aid_Gaza_after_IDF_operation_Jan_2009.htm
Uit dat rapport blijkt dat de humanitaire hulp aan Gaza in 2009 is toegenomen met 900 %.
Ook blijkt uit het rapport dat bovenop puur humanitaire hulp ook andere goederen de grensposten met Gaza passeerden, waaronder communicatie- en waterzuiveringapparatuur.
Verder is er doorlopend sprake van het doorlaten van Palestijnen die in Israel medische behandeling nodig hebben.
Dit alles vond plaats ondanks de staat van oorlog tussen Gaza en Israel.
Om een completer beeld te krijgen over de situatie namen wij contact op met Palestijnen in Gaza. Dit contact kwam tot stand via familieleden van deze Palestijnen.
Uit die informatie bleek dat er op het gebied van de elementaire behoeften geen tekorten bestaan.
Ook verf is in Gaza verkrijgbaar zij het met mondjesmaat. Evenals bijvoorbeeld deuren komt de verf via de tunnels Gaza binnen.
Israel staat de export van chemische materialen naar Gaza nauwelijks toe vanwege het misbruik in het verleden. Chemische materialen werden door Hamas gebruikt bij de vervaardiging van explosief materiaal.
De NOS reportage werd afgesloten met van Hoorns dramatische woorden dat “Mahmoed El Ajrami voor NOS filmt wat Israel doet in Gaza”.
Deze woorden over wat Israel “doet” in Gaza en het werken met El Ajrami bewezen dat NOS geen waarde hecht aan neutrale berichtgeving over Israel.
De realiteit in Gaza wordt namelijk bepaald door Hamas. Onze informanten in Gaza wilden over allerlei zaken praten maar niet over Hamas, men was bang voor repressieve maatregelen.
Voor van Hoorn bestaat Hamas klaarblijkelijk niet.
Hij maakte bijvoorbeeld geen melding van de nieuwe raketten die Gaza werden binnengesmokkeld en waarvan Hamas zelf meldt dat ze Tel Aviv kunnen bereiken.
Verder verzuimde hij te melden dat Hamas onlangs een begroting van 250 miljoen dollar goedkeurde voor 2010 en een feest organiseerde in Gaza waarvoor 2 miljoen dollar werd uitgetrokken.
De echte blokkade aan de Egyptische kant van Gaza ontglipte eveneens aan zijn aandacht.
Over het werken met Palestijnse camera ploegen meldde van Hoorn zelf tijdens de oorlog, dat “men de neiging heeft om toneel te spelen”.
Deze onbetrouwbaarheid in de beroepsuitvoering werd ook bewezen in de zaak tegen France 2 verslaggever Charles Enderlin, die een Palestijnse cameraman inhuurde tijdens de uitbraak van de tweede Intifada in 2000.
Een Franse rechtbank oordeelde dat de beelden die deze cameraman in oktober 2000 schoot van de zogenaamde moord door Israëlische soldaten op Mohammed Al Dura, waarschijnlijk een hoax zijn.
Zeker is nu dat Mohammed Al Dura niet door Israëlische soldaten is vermoord.
Sander van Hoorn laat bij voortduring zien dat hij ongeschikt als verslaggever voor de Nederlandse Omroep Stichting. Zijn reportage vanuit Gaza had zeker een hoog drama gehalte. Met de bepalingen in de journalistieke code van de NOS had het echter wederom niets te maken. (zie bijlage 2)
IF monitorgroep
Bijlage 1
Een gedeelte uit de e-mail die NOS van IF ontving na de uitzending op 6 januari. De informatie over de IDF lezing van het incident werd de NOS Journaal redactie op zes januari 2009, een paar minuten na de IDF briefing, toegestuurd.
Geachte redactie
In uw uitzending van 20.00 uur gisteravond over de oorlog tegen Hamas, liet u informatie weg uit de reportages die cruciaal was voor het begrip van wat er precies gebeurde bij de UN school in Gaza waarbij 30 (en niet 40 zoals u abusievelijk meldde) burgers de dood vonden.
Om 19.00 Nederlandse tijd gisteravond publiceerde de IDF haar versie van de gebeurtenissen bij de UN school.(een uur voor de bewuste uitzending)
Daaruit bleek dat de beschieting door de tank een reactie was op mortierbeschietingen vanuit de school door een Hamas eenheid, de IDF publiceerde deze bevindingen een uur voor de de Journaal uitzending van 20.00 uur toch was de informatie niet terug te vinden in uw reportage. Echter ook in het 22.00 uur journaal ontbrak de IDF informatie in uw reportage.
Bijlage 2
Delen uit de NOS journalistieke code:
De NOS hanteert hierbij de hoogste journalistieke eisen van evenwichtigheid, zorgvuldigheid, betrouwbaarheid, ongebondenheid, pluriformiteit en onbevooroordeeldheid
De NOS scheidt feiten en meningen, past hoor en wederhoor toe en vermijdt eenzijdige berichtgeving
De NOS bericht waarheidsgetrouw. Kijkers en luisteraars moeten zich met de door de NOS uitgezonden informatie een reëel en controleerbaar beeld kunnen vormen van de werkelijkheid.
De NOS behandelt klachten serieus en rectificeert ruiterlijk.